We leggen je graag uit, in chronologische volgorde, hoe de kapel die we vandaag de dag kennen tot stand is gekomen.
scroll voor meer
De Leenderkapel, ook wel de kapel van Leenhof genoemd, werd waarschijnlijk gebouwd tussen 1623 en 1644 in opdracht van Johan Frederik van Schaesberg en zijn echtgenote Ferdinanda van Wachtendonk, beiden vrome katholieken. Ferdinanda overleed in 1644 op bedevaart naar Kevelaer.
Vanaf 1677 predikten karmelieten uit Aken bij de kapel, met name op het feest van Maria Tenhemelopneming. Ze trokken grote aantallen gelovigen aan. Tussen 1693-1694 verdwenen de karmelieten weer. In die periode werden verschillende aflaten verleend, onder meer voor bezoeken op zaterdagen en Mariafeesten.In 1699, bij de oprichting van de parochie Schaesberg, werd bepaald dat de slotkapelaan van kasteel Schaesberg twee missen per week moest lezen in de kapel. De kapel bleef in gebruik tot eind 18e eeuw, waarna ze vermoedelijk in onbruik raakte. Volgens pastoor J.A. Daniëls (alias Sleinada) zouden de bokkenrijders de kapel tijdelijk als vergaderplek hebben gebruikt.
Een heropleving begon in 1847 onder kapelaan Römkens, die de kapel restaureerde en een Mariabeeld plaatste. Hij startte de meimaanddevotie en promootte het dagelijks gebed en misvieringen. Bekende geestelijken zoals mgr. Savelberg bezochten de kapel regelmatig.
In de late 19e en vroege 20e eeuw nam de belangstelling toe, ondanks vandalisme zoals het opblazen van het offerblok in 1909. Rond 1910 werd een broederschap opgericht, die tot 1935 1800 leden telde. Vanaf 1924 namen de montfortanen het beheer over en organiseerden zij intensieve religieuze activiteiten in de meimaand.
In de jaren 1930 bereikte de Mariaverering een hoogtepunt. In 1938 werd het dekenaat Heerlen door bisschop Lemmens aan Maria toegewijd bij de kapel, met een opkomst van naar schatting 30.000 tot 35.000 pelgrims. Tijdens WOII bleven de montfortanen actief. In 1940 werd een grote processie gehouden voor zeven naar Buchenwald gedeporteerde inwoners van Schaesberg.
De meimaand van 1950 introduceerde een kaarsenprocessie. In 1951 bracht het bezoek van O.L.Vrouw Sterre der Zee uit Maastricht een opleving. In 1954-1955 organiseerden alle lagere scholen van Schaesberg een kinderbedevaart.
In de jaren 1960 daalde het bezoekersaantal. Toch bleef de kapel actief: in 1965 was er een grote verloofdenbedevaart en een jeugdviering. Pater Custers, benoemd in 1965, wist de belangstelling opnieuw op te wekken met moderne elementen zoals gospelmissen. Eind jaren ’70 trok de kapel nog ongeveer 5600 bezoekers in mei.
In 1988 werd voor het eerst een jongerenbedevaart gehouden, maar deze stopte begin jaren ’90 wegens gebrek aan belangstelling. De restauratie in 1995 leidde tot een feestelijke terugkeer van het Mariabeeld, bijgewoond door honderden pelgrims. Bisschop Wiertz wijdde opnieuw het dekenaat Heerlen aan Maria.
Na het overlijden van pastoor Custers kwam het beheer in handen van de Stichting Leenderkapelletje. Sindsdien zijn er jaarlijks meivieringen, tegenwoordig meestal één keer per dag. De maand begint en eindigt met een plechtige eucharistieviering, vaak geleid door een (hulp)bisschop van Roermond. De kapel is ook een geliefde plek geworden voor doopsels, huwelijken en voetbedevaarten. Tijdens Maria Tenhemelopneming wordt jaarlijks de Kroedwusj gezegend.
In de periode juni t/m augustus vindt er elke zaterdag een H. Mis plaats. Ondanks de ontkerkelijking blijft de kapel een geliefd pelgrimsoord, met jaarlijks zo'n 4000 tot 6000 bezoekers. Voor het eerst in ruim 150 jaar konden de vieringen in mei 2020 vanwege de coronapandemie niet doorgaan.
Dank voor alle rust die we hebben mogen ervaren, hier omringt door leven
scroll voor meer
Een heropleving begon in 1847 onder kapelaan Römkens, die de kapel restaureerde en een Mariabeeld plaatste. Hij startte de meimaand-devotie en promootte het dagelijks gebed en misvieringen.
De Leenderkapel, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe van de berg Karmel, herbergt een bijzonder Mariabeeld dat echter niet het originele cultusbeeld is. Het huidige beeld, vermoedelijk het tweede in de geschiedenis van de kapel, dateert uit de 18e eeuw en is een houten sculptuur van circa 140 cm hoog. Het toont Maria in een rood kleed met blauwe mantel, staande op een maansikkel en een slang verpletterend onder haar voeten – een duidelijke verwijzing naar de Apocalyps. In haar rechterhand houdt zij een scepter, terwijl zij het Christuskind op haar linkerarm draagt. Zowel Maria als Jezus zijn gekroond, en Jezus houdt een rijksappel vast.
Het beeld werd in 1847 aangekocht door kapelaan Römkens, die de toen vervallen kapel liet herstellen om de Mariaverering in Schaesberg te hernieuwen. Waar hij het beeld kocht en hoe oud het exact is, blijft onbekend. Wel is duidelijk dat het beeld in de loop der jaren meerdere keren gerestaureerd werd: in 1938, in 1979 – waarbij Charles Volders ontdekte dat het ouder en barok was – en recentelijk opnieuw door het Restauratie Atelier Limburg.
Naast het originele beeld bestaan er ook replica’s. Een daarvan stond in de parochiekerk van Leenhof en bevindt zich nu in de dagkapel van de Petrus & Pauluskerk in Schaesberg. Een andere replica is te vinden in de H. Moeder Annakerkin Heerlen. Beide replica’s zijn eveneens van hout en identiek gepolychromeerd, wat de devotionele waarde van het originele beeld onderstreept.
Volksverhalen rond de Leenhofkapel: stichting, bokkenrijders en wonderbaarlijke bescherming
scroll voor meer
De Leenhofkapel was volgens volksverhalen een verzamelplek van de bokkenrijders, net als de kapellen van Schilberg en Sittard. In het verhaal De IJzeren Hamer ontdekt een vrome smidsdochter dat haar vader de leider is van een bokkenrijdersbende. Door haar gebed en ziekenbed weet ze hem tot bekering te brengen. Na zijn dood blijkt hij door zijn vroegere compagnons te zijn vermoord.In een ander verhaal besluiten twee broers, ook bokkenrijders, bij de kapel hun eed te vernieuwen. Een 'witte dame'raadt hen aan een goede eed te zweren. De broers bekeren zich, en de rest van de bende wordt opgepakt.
Er bestaan meerdere verhalen over de stichting van de kapel. Volgens één versie zou Heer Johan Frederik van Schaesberg de kapel hebben gebouwd als eerbetoon aan Maria na een gewonnen veldslag. De precieze locatie zou hem door een sneeuwteken zijn aangewezen. Een andere sage vertelt dat Sigismund van Schaesberg een klooster bij de kapel wilde stichten, maar op aanraden van een boer besloot om een parochiekerk te bouwen.
Pogingen om de kapel of het offerblok te plunderen of vernietigen mislukten telkens door bovennatuurlijke interventie. Een dief bleef met zijn hand aan het offerblok vastkleven, tot hij werd gearresteerd. Andere dieven werden verjaagd door een fel licht. Een jager, geleid door zijn hond en een licht boven de kapel, zag donkere gestalten vluchten.Een groep godsdiensthaters probeerde de kapel op te blazen, maar de lont brandde niet en de explosie bleef uit.
In De vergeten bedevaart ontmoet een boerenknecht ’s nachts een vuurman. Na het maken van een kruisteken en het aanroepen van Maria, blijft hij ongedeerd. De vuurman vraagt hem te pelgrimeren naar Kevelaer of Scherpenheuvel. Na het volbrengen van de belofte, verschijnt een engelachtige gestalte, die hem dankt voor zijn bevrijding. Kort daarna sterft de knecht vreedzaam op een Mariafeestdag.
Frans Erens over de Leenderkapel: jeugdherinneringen, mystiek en Mariaverering in Schaesberg
scroll voor meer
In zijn boek Vervlogen Jaren blikt Erens terug op zijn jeugd in Schaesberg en beschrijft hij de Leenderkapel. Hij vertelt dat kapelaan Savelberg tot op hoge leeftijd dagelijks de kapel bezocht om de rozenkrans te bidden. Volgens Erens ligt de oorsprong van de kapel in de vroege middeleeuwen, en mogelijk was het zelfs de eerste kerk in de streek. Sommigen beweerden dat het ooit een jachtkapel van Karel de Grote was, al achtte hij dat onbewijsbaar.
Op de plek van het huidige winkelcentrum Op de Kamp stond vroeger Hoeve De Kamp, de geboorteplaats van Frans Erens (1857–1935), een bekende Nederlandse schrijver en lid van de Tachtigers.
De kapel is gebouwd uit natuursteen, heeft geen vensters, maar krijgt licht via twee trechtervormige openingen in de dikke muren. In de gevel staat het wapen van de Rijksgraven van Schaesberg, maar Erens noemt dit een usurpatie – het zou ten onrechte later zijn toegevoegd, vermoedelijk tijdens een restauratie.
Hij herinnert zich ook de kauwen die onder het dak nestelden en luidruchtig waren in de avondschemering. Tegen het einde van de 18e eeuw werd de kapel volgens Erens gebruikt door bokkenrijders, die er hun eed aflegden met de voet op een kruisbeeld en de hand op een evangelieboek.
Tot slot benadrukt Erens de sterke Mariaverering in Schaesberg, waarvoor kapelaan Groote zelfs sprak van "das Marianische Schaesberg".
Rolduc-bedevaart: van jaarlijkse pelgrimage tot blijvende traditie van dank en devotie
scroll voor meer
De bedevaart van kostschool Rolduc naar de kapel van Leenhof begon op 13 mei 1856, uit dankbaarheid voor een verkregen gunst. Sindsdien trokken elk jaar in mei alle studenten en docenten gezamenlijk op bedevaart, zonder vaste datum. De dag begon met gebed, zang en een bede om goed weer, gevolgd door een tocht naar Schaesberg.
Lodewijk van Deyssel beschreef rond 1878 de pelgrimage als vooral een picknickmoment. Een incident na afloop leidde tot zijn verwijdering van Rolduc.
In 1915 werd een vaste route gelopen via o.a. kasteel Oud-Ehrenstein, Strijthagen en de dorpsstraat van Schaesberg naar Leenhof. Bij de kapel werd de mis gevierd, gevolgd door een gezamenlijke lunch. Na terugkomst kregen de studenten vrijaf.
Felix Rutten beschreef in zijn memoires de bedevaart als een moment van natuur, gezelligheid en Limburgse romantiek.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de route aangepast; men liep naar de Mariakapel van Kerkrade. In 1946 was er een intentie voor een goede verkiezingsuitslag.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de route aangepast; men liep naar de Mariakapel van Kerkrade. In 1946 was er een intentie voor een goede verkiezingsuitslag.
In 1956 werd de 100e bedevaart gevierd met ontvangst door de geestelijkheid en burgemeester Dassen. Vanwege regen werd de viering voortgezet in de kerk van Leenhof. In november vond een kinderbedevaart plaats voor het geteisterde Hongarije.
In 1959 veranderde de traditie: men ging per bus, o.a. naar een voetbaltoernooi. In 1961–1962 kwam er een nieuwe opzet met Pax-Christi-elementen en een nieuw routelied. De laatste klassieke tocht vond plaats in 1965.
Na een pauze werd de bedevaart in 1974 hersteld door het grootseminarie Rolduc, om Maria’s voorspraak af te smeken. In 1998 trok een groep van ca. 30 pelgrims opnieuw naar de kapel.
Tot op de dag van vandaag wordt deze voettocht door priesterstudenten van Rolduc voortgezet.
Montfortanen en Leenhof: 75 jaar Mariadevotie, vernieuwing en volharding in Schaesberg
scroll voor meer
De Montfortaan Gezelschap van Maria (SMM) bevorderde ruim 70 jaar lang de Mariadevotie bij de Leenhofkapel in Schaesberg. In een brief van 1921 van pater Hub Ramakers werd het plan voor een rectoraat in Leenhof aangekondigd. De montfortanen waren blij met de opdracht, gezien de voorkeur van Heilige Montfort voor arme en werkende mensen, en zijn vurige Mariavereering.
In 1938 vond een grote toewijding aan Maria plaats met 3500 pelgrims die onder leiding van bisschop G. Lemmensnaar de Leenderkapel trokken. De montfortanen waren hierbij intens betrokken. In 1939 werd de kapel gerestaureerd: een grote ingang verving de kleine deur, en er werd een nieuw altaar geplaatst.
In de liturgische vernieuwing rond 1965 werd het altaar vervangen door een nieuw exemplaar, gemaakt van delen van de communiebank. Dit altaar werd in 1983 gestolen, maar broeder Leo maakte snel een replica die nog steeds in gebruik is.
Het 25-jarig jubileum van Leenhof werd gevierd onder pater Harrie Smeets, waarbij het Mariabeeld gerestaureerd werd en een replica werd geplaatst. De Leenderkapel werd echter ook getroffen door vernielingen en roof: in 1950 en 1969 werd zink en lood van het dak gestolen, en in 1958 werd een betonnen altaar voor openluchtvieringen vernield door vandalen.
Pater Drees Custers, de laatste montfortaanse pastoor, maakte zich sterk voor de meimaandvieringen, met dagelijkse eucharistievieringen en rozenkransgebeden. Deze traditie werd later voortgezet.
In 1996 trokken de montfortanen zich na bijna 75 jaar terug uit Leenhof, en werd de parochie samengevoegd met de Petrus & Paulusparochie. In 2000 werd de parochiekerk van Leenhof aan de eredienst onttrokken.
We leggen je graag uit, in chronologische volgorde, hoe de kapel die we vandaag de dag kennen tot stand is gekomen.
scroll voor meer
De Leenderkapel, ook wel de kapel van Leenhof genoemd, werd waarschijnlijk gebouwd tussen 1623 en 1644 in opdracht van Johan Frederik van Schaesberg en zijn echtgenote Ferdinanda van Wachtendonk, beiden vrome katholieken. Ferdinanda overleed in 1644 op bedevaart naar Kevelaer.
Vanaf 1677 predikten karmelieten uit Aken bij de kapel, met name op het feest van Maria Tenhemelopneming. Ze trokken grote aantallen gelovigen aan. Tussen 1693-1694 verdwenen de karmelieten weer. In die periode werden verschillende aflaten verleend, onder meer voor bezoeken op zaterdagen en Mariafeesten.In 1699, bij de oprichting van de parochie Schaesberg, werd bepaald dat de slotkapelaan van kasteel Schaesberg twee missen per week moest lezen in de kapel. De kapel bleef in gebruik tot eind 18e eeuw, waarna ze vermoedelijk in onbruik raakte. Volgens pastoor J.A. Daniëls (alias Sleinada) zouden de bokkenrijders de kapel tijdelijk als vergaderplek hebben gebruikt.
Een heropleving begon in 1847 onder kapelaan Römkens, die de kapel restaureerde en een Mariabeeld plaatste. Hij startte de meimaanddevotie en promootte het dagelijks gebed en misvieringen. Bekende geestelijken zoals mgr. Savelberg bezochten de kapel regelmatig.
In de late 19e en vroege 20e eeuw nam de belangstelling toe, ondanks vandalisme zoals het opblazen van het offerblok in 1909. Rond 1910 werd een broederschap opgericht, die tot 1935 1800 leden telde. Vanaf 1924 namen de montfortanen het beheer over en organiseerden zij intensieve religieuze activiteiten in de meimaand.
In de jaren 1930 bereikte de Mariaverering een hoogtepunt. In 1938 werd het dekenaat Heerlen door bisschop Lemmens aan Maria toegewijd bij de kapel, met een opkomst van naar schatting 30.000 tot 35.000 pelgrims. Tijdens WOII bleven de montfortanen actief. In 1940 werd een grote processie gehouden voor zeven naar Buchenwald gedeporteerde inwoners van Schaesberg.
De meimaand van 1950 introduceerde een kaarsenprocessie. In 1951 bracht het bezoek van O.L.Vrouw Sterre der Zee uit Maastricht een opleving. In 1954-1955 organiseerden alle lagere scholen van Schaesberg een kinderbedevaart.
In de jaren 1960 daalde het bezoekersaantal. Toch bleef de kapel actief: in 1965 was er een grote verloofdenbedevaart en een jeugdviering. Pater Custers, benoemd in 1965, wist de belangstelling opnieuw op te wekken met moderne elementen zoals gospelmissen. Eind jaren ’70 trok de kapel nog ongeveer 5600 bezoekers in mei.
In 1988 werd voor het eerst een jongerenbedevaart gehouden, maar deze stopte begin jaren ’90 wegens gebrek aan belangstelling. De restauratie in 1995 leidde tot een feestelijke terugkeer van het Mariabeeld, bijgewoond door honderden pelgrims. Bisschop Wiertz wijdde opnieuw het dekenaat Heerlen aan Maria.
Na het overlijden van pastoor Custers kwam het beheer in handen van de Stichting Leenderkapelletje. Sindsdien zijn er jaarlijks meivieringen, tegenwoordig meestal één keer per dag. De maand begint en eindigt met een plechtige eucharistieviering, vaak geleid door een (hulp)bisschop van Roermond. De kapel is ook een geliefde plek geworden voor doopsels, huwelijken en voetbedevaarten. Tijdens Maria Tenhemelopneming wordt jaarlijks de Kroedwusj gezegend.
In de periode juni t/m augustus vindt er elke zaterdag een H. Mis plaats. Ondanks de ontkerkelijking blijft de kapel een geliefd pelgrimsoord, met jaarlijks zo'n 4000 tot 6000 bezoekers. Voor het eerst in ruim 150 jaar konden de vieringen in mei 2020 vanwege de coronapandemie niet doorgaan.
Dank voor alle rust die we hebben mogen ervaren, hier omringt door leven
scroll voor meer
Een heropleving begon in 1847 onder kapelaan Römkens, die de kapel restaureerde en een Mariabeeld plaatste. Hij startte de meimaand-devotie en promootte het dagelijks gebed en misvieringen.
De Leenderkapel, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe van de berg Karmel, herbergt een bijzonder Mariabeeld dat echter niet het originele cultusbeeld is. Het huidige beeld, vermoedelijk het tweede in de geschiedenis van de kapel, dateert uit de 18e eeuw en is een houten sculptuur van circa 140 cm hoog. Het toont Maria in een rood kleed met blauwe mantel, staande op een maansikkel en een slang verpletterend onder haar voeten – een duidelijke verwijzing naar de Apocalyps. In haar rechterhand houdt zij een scepter, terwijl zij het Christuskind op haar linkerarm draagt. Zowel Maria als Jezus zijn gekroond, en Jezus houdt een rijksappel vast.
Het beeld werd in 1847 aangekocht door kapelaan Römkens, die de toen vervallen kapel liet herstellen om de Mariaverering in Schaesberg te hernieuwen. Waar hij het beeld kocht en hoe oud het exact is, blijft onbekend. Wel is duidelijk dat het beeld in de loop der jaren meerdere keren gerestaureerd werd: in 1938, in 1979 – waarbij Charles Volders ontdekte dat het ouder en barok was – en recentelijk opnieuw door het Restauratie Atelier Limburg.
Naast het originele beeld bestaan er ook replica’s. Een daarvan stond in de parochiekerk van Leenhof en bevindt zich nu in de dagkapel van de Petrus & Pauluskerk in Schaesberg. Een andere replica is te vinden in de H. Moeder Annakerkin Heerlen. Beide replica’s zijn eveneens van hout en identiek gepolychromeerd, wat de devotionele waarde van het originele beeld onderstreept.
Volksverhalen rond de Leenhofkapel: stichting, bokkenrijders en wonderbaarlijke bescherming
scroll voor meer
De Leenhofkapel was volgens volksverhalen een verzamelplek van de bokkenrijders, net als de kapellen van Schilberg en Sittard. In het verhaal De IJzeren Hamer ontdekt een vrome smidsdochter dat haar vader de leider is van een bokkenrijdersbende. Door haar gebed en ziekenbed weet ze hem tot bekering te brengen. Na zijn dood blijkt hij door zijn vroegere compagnons te zijn vermoord.In een ander verhaal besluiten twee broers, ook bokkenrijders, bij de kapel hun eed te vernieuwen. Een 'witte dame'raadt hen aan een goede eed te zweren. De broers bekeren zich, en de rest van de bende wordt opgepakt.
Er bestaan meerdere verhalen over de stichting van de kapel. Volgens één versie zou Heer Johan Frederik van Schaesberg de kapel hebben gebouwd als eerbetoon aan Maria na een gewonnen veldslag. De precieze locatie zou hem door een sneeuwteken zijn aangewezen. Een andere sage vertelt dat Sigismund van Schaesberg een klooster bij de kapel wilde stichten, maar op aanraden van een boer besloot om een parochiekerk te bouwen.
Pogingen om de kapel of het offerblok te plunderen of vernietigen mislukten telkens door bovennatuurlijke interventie. Een dief bleef met zijn hand aan het offerblok vastkleven, tot hij werd gearresteerd. Andere dieven werden verjaagd door een fel licht. Een jager, geleid door zijn hond en een licht boven de kapel, zag donkere gestalten vluchten.Een groep godsdiensthaters probeerde de kapel op te blazen, maar de lont brandde niet en de explosie bleef uit.
In De vergeten bedevaart ontmoet een boerenknecht ’s nachts een vuurman. Na het maken van een kruisteken en het aanroepen van Maria, blijft hij ongedeerd. De vuurman vraagt hem te pelgrimeren naar Kevelaer of Scherpenheuvel. Na het volbrengen van de belofte, verschijnt een engelachtige gestalte, die hem dankt voor zijn bevrijding. Kort daarna sterft de knecht vreedzaam op een Mariafeestdag.
Frans Erens over de Leenderkapel: jeugdherinneringen, mystiek en Mariaverering in Schaesberg
scroll voor meer
In zijn boek Vervlogen Jaren blikt Erens terug op zijn jeugd in Schaesberg en beschrijft hij de Leenderkapel. Hij vertelt dat kapelaan Savelberg tot op hoge leeftijd dagelijks de kapel bezocht om de rozenkrans te bidden. Volgens Erens ligt de oorsprong van de kapel in de vroege middeleeuwen, en mogelijk was het zelfs de eerste kerk in de streek. Sommigen beweerden dat het ooit een jachtkapel van Karel de Grote was, al achtte hij dat onbewijsbaar.
Op de plek van het huidige winkelcentrum Op de Kamp stond vroeger Hoeve De Kamp, de geboorteplaats van Frans Erens (1857–1935), een bekende Nederlandse schrijver en lid van de Tachtigers.
De kapel is gebouwd uit natuursteen, heeft geen vensters, maar krijgt licht via twee trechtervormige openingen in de dikke muren. In de gevel staat het wapen van de Rijksgraven van Schaesberg, maar Erens noemt dit een usurpatie – het zou ten onrechte later zijn toegevoegd, vermoedelijk tijdens een restauratie.
Hij herinnert zich ook de kauwen die onder het dak nestelden en luidruchtig waren in de avondschemering. Tegen het einde van de 18e eeuw werd de kapel volgens Erens gebruikt door bokkenrijders, die er hun eed aflegden met de voet op een kruisbeeld en de hand op een evangelieboek.
Tot slot benadrukt Erens de sterke Mariaverering in Schaesberg, waarvoor kapelaan Groote zelfs sprak van "das Marianische Schaesberg".
Rolduc-bedevaart: van jaarlijkse pelgrimage tot blijvende traditie van dank en devotie
scroll voor meer
De bedevaart van kostschool Rolduc naar de kapel van Leenhof begon op 13 mei 1856, uit dankbaarheid voor een verkregen gunst. Sindsdien trokken elk jaar in mei alle studenten en docenten gezamenlijk op bedevaart, zonder vaste datum. De dag begon met gebed, zang en een bede om goed weer, gevolgd door een tocht naar Schaesberg.
Lodewijk van Deyssel beschreef rond 1878 de pelgrimage als vooral een picknickmoment. Een incident na afloop leidde tot zijn verwijdering van Rolduc.
In 1915 werd een vaste route gelopen via o.a. kasteel Oud-Ehrenstein, Strijthagen en de dorpsstraat van Schaesberg naar Leenhof. Bij de kapel werd de mis gevierd, gevolgd door een gezamenlijke lunch. Na terugkomst kregen de studenten vrijaf.
Felix Rutten beschreef in zijn memoires de bedevaart als een moment van natuur, gezelligheid en Limburgse romantiek.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de route aangepast; men liep naar de Mariakapel van Kerkrade. In 1946 was er een intentie voor een goede verkiezingsuitslag.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de route aangepast; men liep naar de Mariakapel van Kerkrade. In 1946 was er een intentie voor een goede verkiezingsuitslag.
In 1956 werd de 100e bedevaart gevierd met ontvangst door de geestelijkheid en burgemeester Dassen. Vanwege regen werd de viering voortgezet in de kerk van Leenhof. In november vond een kinderbedevaart plaats voor het geteisterde Hongarije.
In 1959 veranderde de traditie: men ging per bus, o.a. naar een voetbaltoernooi. In 1961–1962 kwam er een nieuwe opzet met Pax-Christi-elementen en een nieuw routelied. De laatste klassieke tocht vond plaats in 1965.
Na een pauze werd de bedevaart in 1974 hersteld door het grootseminarie Rolduc, om Maria’s voorspraak af te smeken. In 1998 trok een groep van ca. 30 pelgrims opnieuw naar de kapel.
Tot op de dag van vandaag wordt deze voettocht door priesterstudenten van Rolduc voortgezet.
Montfortanen en Leenhof: 75 jaar Mariadevotie, vernieuwing en volharding in Schaesberg
scroll voor meer
De Montfortaan Gezelschap van Maria (SMM) bevorderde ruim 70 jaar lang de Mariadevotie bij de Leenhofkapel in Schaesberg. In een brief van 1921 van pater Hub Ramakers werd het plan voor een rectoraat in Leenhof aangekondigd. De montfortanen waren blij met de opdracht, gezien de voorkeur van Heilige Montfort voor arme en werkende mensen, en zijn vurige Mariavereering.
In 1938 vond een grote toewijding aan Maria plaats met 3500 pelgrims die onder leiding van bisschop G. Lemmensnaar de Leenderkapel trokken. De montfortanen waren hierbij intens betrokken. In 1939 werd de kapel gerestaureerd: een grote ingang verving de kleine deur, en er werd een nieuw altaar geplaatst.
In de liturgische vernieuwing rond 1965 werd het altaar vervangen door een nieuw exemplaar, gemaakt van delen van de communiebank. Dit altaar werd in 1983 gestolen, maar broeder Leo maakte snel een replica die nog steeds in gebruik is.
Het 25-jarig jubileum van Leenhof werd gevierd onder pater Harrie Smeets, waarbij het Mariabeeld gerestaureerd werd en een replica werd geplaatst. De Leenderkapel werd echter ook getroffen door vernielingen en roof: in 1950 en 1969 werd zink en lood van het dak gestolen, en in 1958 werd een betonnen altaar voor openluchtvieringen vernield door vandalen.
Pater Drees Custers, de laatste montfortaanse pastoor, maakte zich sterk voor de meimaandvieringen, met dagelijkse eucharistievieringen en rozenkransgebeden. Deze traditie werd later voortgezet.
In 1996 trokken de montfortanen zich na bijna 75 jaar terug uit Leenhof, en werd de parochie samengevoegd met de Petrus & Paulusparochie. In 2000 werd de parochiekerk van Leenhof aan de eredienst onttrokken.